top of page

Heksen: wie zijn ze?

De oorsprong van het woord ‘heks’ is niet helemaal duidelijk. Volgens de Franse historicus Claude Lecouteux zou het woord ‘heks’ afgeleid zijn van de term ‘hagazussa’, zijnde ‘haga’ of ‘haag’ en ‘zussa’, wat ‘roes’ of ‘vrouw’ zou betekenen. Een ‘hagazussa’ verwijst dan naar een in een roes verkerende vrouw die zich in een omheinde of beboste omgeving met magie bezighoudt.

In Vlaamse processtukken werd het woord heks niet gebruikt, maar wordt telkens het begrip ‘toveres’ vermeld.

In de 13de en 14de eeuw zagen Europeanen heksen als personen die magie konden gebruiken om andere mensen te schaden. Ze lieten bijvoorbeeld de oogst mislukken. In de 15de eeuw veranderde die beeldvorming. Heksen zouden in opdracht van de duivel taken uitvoeren. Ze werden beschuldigd van een verbond en seks met de duivel, vliegen door de lucht, duivelsbijeenkomsten (de sabbat) en het doden van kinderen.

Dat beeld werd vooral verspreid door volksverhalen, en ook wel door demonologische geschriften, zoals De Heksenhamer (Malleus Maleficarum). Dat boek, geschreven door de Duitse inquisiteur Heinrich Kramer, was een handleiding voor het identificeren, ondervragen en folteren van heksen. 

bottom of page